Breng ruim water aan de kook in een grote pan. Voeg, anders dan bij pasta, geen zout toe aan het kookwater.
Voeg de gedroogde sobanoedels toe aan het kokende water en verdeel ze in een cirkel over de pan, zodat de noedels los van elkaar blijven.
200 g gedroogde sobanoedels
Kook de sobanoedels volgens de aanwijzingen op de verpakking. Roer ze af en toe door, zodat ze niet aan elkaar plakken.
De noedels zijn gaar zodra ze net zacht zijn; kook ze niet te lang. Schep voordat je de noedels afgiet een grote kom kookwater apart. Dit water, "sobayu" genoemd, meng je aan het einde van de maaltijd met de overgebleven saus.
Giet de sobanoedels af in een vergiet en spoel ze onder koud stromend water om overtollig zetmeel te verwijderen. Deze stap is belangrijk om te voorkomen dat de noedels aan elkaar plakken.
Schud het vergiet goed uit, zodat al het water wegloopt. Doe de noedels daarna in een grote kom met ijswater. Laat ze 30 seconden afkoelen, giet ze goed af en zet apart.
135 ml ijswater
De zaru soba serveren
Leg voor het serveren kleine zeven of bamboematten op aparte borden, zodat het vocht dat van de noedels afdruipt wordt opgevangen. Leg op elke mat een portie sobanoedels en garneer met fijngesneden nori.
fijngesneden nori
De verhouding saus-water voor de dipsaus is ongeveer 1/3. Meng bijvoorbeeld 45 ml mentsuyu met 135 ml ijswater en proef vooral goed. Is de saus te zout, voeg dan meer water toe. Is hij te waterig, voeg dan meer mentsuyu toe.
45 ml mentsuyu
Doe het fijngesneden lente-uitje en de wasabi in kleine aparte schaaltjes. Serveer met de sobanoedels en kleine individuele kommetjes om de noedels in te dippen.
1 fijngesneden lente-uitje, wasabi
Notities
Bewaar het kookvocht van de soba: daarmee tover je de overgebleven dipsaus om tot een klein, hartverwarmend soepje, perfect om de maaltijd mooi af te sluiten. Dit heet soba-yu.