Doe de bloem in een kom, voeg het zout toe en meng goed. Schenk het water er al roerend beetje bij beetje bij.
200 g tarwebloem, 10 g zout, 90 ml heet water
Kneed het deeg tot een samenhangende bal en de kom schoon is.
Leg het deeg op een glad werkvlak en kneed het nog ongeveer 10 minuten door. Is het deeg soepel en glad, wikkel het dan in vershoudfolie en laat het 2 uur rusten. Maak je de gyoza niet meteen, dan kun je het deeg tot de volgende dag in de koelkast bewaren.
Kneed het deeg na 2 uur opnieuw kort door en vorm er een grote cilinder van. Verdeel die vervolgens in tweeën. Bewaar één deel in vershoudfolie of een plastic zak, zodat het niet uitdroogt, en rol van het andere deel een dunnere cilinder.
Snijd elke cilinder in 14 gelijke stukken, dus 28 stukken in totaal, en bestuif ze met een beetje maïzena. Druk elk stuk met je hand licht plat.
50 g maïzena
Neem één stuk, dek de andere stukken af met een vochtige theedoek of handdoek en rol het met een deegroller uit tot een dun rond velletje. Zorg ervoor dat het midden iets dikker blijft dan de rand; zo scheurt het velletje minder snel wanneer je de vulling toevoegt.
Notities
Afhankelijk van de omgevingstemperatuur heb je mogelijk iets meer of minder water nodig